Zinderende hitte of klam tafereel?

-Begin klaagzang-

Soms, heel soms en in de zomer overkomt dat gevoel me iets vaker, dan verlang ik terug naar Friesland. Nu ik dit schrijf is het 28,5 graden in mijn appartement in Amsterdam. Geen airco. Plat dak. Slecht geïsoleerd. En als klap op de vuurpijl een balkon waar absolúút geen room for a pony is. Zit ik dan binnen. Gordijnen potdicht. Zweetsnor. Vannacht, tijdens de heetste nacht in de geschiedenis van het KNMI, kampte Amsterdam met een stroomstoring. Gevolg: mijn ventilator, mijn enige stukje geluk tijdens warme nachten, viel uit. Lagen we dan. Mr. S en ik. Plakkend en morrend. Iemand anders zou zo’n nacht wellicht omschrijven als; zinderdend, zwoel en passievol. Bij ons zag dit tafereel er om 4:47 uur er toch net iets anders uit. KilRae bozig. Mr. S aan de lijn met de storingsdienst. “Over zes uur is de storing verholpen.” Het zweet brak me spontaan uit. Ow nee. Dat was me al uitgebroken.

Mr. S roept, als gevolg van mijn aangepaste gedrag op warme dagen, altijd “Nu doe je net zo als de aapjes in Uluwatu.” Je moet weten dat die aapjes in Uluwatu op Bali, ook ónwaarschijnlijk chagerijnig en opvliegend zijn door de hitte. Nou, zo doe ik dus ook. Volgens Mr. S dan. Ik vind het natuurlijk zelf wel wat meevallen. Gelukkig heb ik zometeen met vriend P. afgesproken. Een ritje naar het De Mirandabad, het zwembad bij ons om de hoek, staat op het program. Net appte P. “Heb je al een speciale toegangspas op naam? Dat moet tegenwoordig van de gemeente. Vanwege de aso’s daar.” Het warme welkom door het De Mirandabad is vandaag alleen letterlijk.

In Friesland was ik de dag buiten, in mijn achtertuin, begonnen. In mijn huis had ik alle ramen en deuren tegen elkaar opgengezet. Gordijnen dicht, maar dansend door de frisse bries, die door de openstaande deur ongevraagd doch gewenst binnentrippelt. Vervolgens zou ik de auto pakken om filevrij naar het strand te rijden. Met een enorme koelbox in de kofferbak. Een koelbox met room for a pony. Dat sowieso.

-Einde klaagzang-