Beste meneer de ambtenaar

In juli 2004 stond deze column van mij in de Balkster Courant. De lokale krant in Friesland waar ik jarenlang een maandelijkse column voor heb geschreven. Ik heb een beetje eindredactie gepleegd, de inhoud is nagenoeg intact gebleven.

Beste meneer de ambtenaar,

Half mei ontving ik een brief van u, welke u namens het Register Amsterdam, naar mij hebt verzonden. Toen ik de brief opende viel ik stijl achterover van verbazing. Voor de zekerheid heb ik uw brief daarom tweemaal gelezen. Dit kunt u toch niet menen!? Volgens de criteria, welke u in een soort van joint venture samen met de gemeente Amsterdam en stadsdeel ZuiderAmstel heeft opgesteld, kom ik in aanmerking voor een taalcursus Nederlands. Gratis nog wel! Dat is aardig. Dank u wel. In de brief lees ik dat de cursus speciaal is voor inwoners van Amsterdam die vallen onder het zogenaamde oudkomersbeleid; mensen van 18 jaar of ouder die voor 30 september 1998 woonachtig zijn in Nederland, de Nederlandse nationaliteit bezitten of in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning. Inderdaad, ik val binnen deze categorie, dat had u goed begrepen. Ik woon volgende maand exact 20 jaar in Nederland en bezit alweer 19 jaar de Nederlandse nationaliteit.

Ook vind ik het erg vriendelijk van u dat u de mensen in mijn omgeving ook de kans biedt gebruik te maken van deze eenmalige kans. Want inderdaad, ik ken nog wel een paar autochtone inwoners van uw stad die nog steeds het verschil tussen ‘liggen’ en ‘leggen’ niet begrijpen en nog steeds ‘hun hebben’ schreeuwen. U weet natuurlijk net zo goed als ik dat dit ‘zij hebben’ moet zijn.

U bent verbaasd door mijn grammaticale vaardigheden? U moet weten, meneer de ambtenaar, ik doe de opleiding Communicatie, met als afstudeerrichting Tekstschrijven. Bescheiden dat ik ben, durf ik echter wel te stellen dat ik sterker ben in de Nederlandse taal dan menig autochtoon. Daarom wil ik van Nederlandse taal en tekstschrijven graag later mijn beroep maken.

2 maanden later.

Meneer de ambtenaar, daar was u weer. Fijn dat u er na twee maanden achter bent gekomen dat uw selectie toch te grof was en dat u daarvoor uw oprechte verontschuldigingen doet. Jammer dat uw secretaresse de brief moest schrijven.

Ik aanvaard uw excuses, wat dat betreft ben ik de beroerdste niet. Maar de volgende keer niet te snel om 17.00 naar huis toe willen.

Beeld: Animaatjes